Wat zingen we nu
Gloria van Vivaldi
De tekst van het Gloria was oorspronkelijk een oud christelijk gezang. Het begint met het engelengezang uit Lucas 2:14. Het is geschreven in de stijl die psalmi idiotic wordt genoemd. Dit zijn gezangen die geschreven werden als imitaties van de psalmen in de Bijbel. Het werd al gezongen in de tweede eeuw. De huidige vorm in het Latijn ontstond in de vierde eeuw Antonio Vivaldi heeft meerdere versies van het Gloria geschreven. In een catalogus van zijn werken kwamen er drie voor, waarvan er een verloren is gegaan. Het is bijna zeker, dat hij dit Gloria aan het begin van de achttiende eeuw heeft geschreven voor de meisjes van het Ospedale della Pietà, een weeshuis in Venetië waar hij werkte als muziekleraar en componist. Het werd in de late twintiger jaren van de vorige eeuw herontdekt.
Magnificat van Vivaldi
Het Magnificat is de lofzang van Maria, die we in de Bijbel vinden in Lucas 1:46-55. De zwangere Maria gaat op bezoek bij haar eveneens zwangere familielid Elisabet. Maria wordt door Elisabet in haar begroeting de meest gezegende onder de vrouwen genoemd, waarop Maria antwoordt met deze lofzang.
De naam dankt het lied aan de eerste woorden in de Latijnse versie: Magnificat anima mea Dominum, wat betekent: Mijn ziel prijst en looft de Heer.
Cantique de Jean Racine van Fauré
Fauré was twintig jaar oud toen hij in 1865 met zijn examenstuk Cantique de Jean Racine zijn studie aan de École Niedermeyer afsloot. De Latijnse tekst van dit lied stamt uit het gebedenboek van de katholieke kerk. Fauré gebruikte de vertaling die de grote Franse toneelschrijver Jean Racine in 1655 maakte. Racine werd opgeleid in een jansenistisch klooster waar de leer werd aangehangen dat de mens voor zijn redding volledig afhankelijk is van Gods genade. Ook Racine was ervan overtuigd, dat genade een gave van God is en niet iets wat je kunt verdienen. In dit loflied vraagt hij genade voor het volk dat God eer bewijst.